De jaren zeventig en tachtig

Sneller groeien, sneller rijden

Het Jaguar-gamma blijft evolueren naarmate nieuwe modellen en nieuwe motoren worden gelanceerd en de onderneming zijn onafhankelijkheid terugwint.

  • 1972 – EEN VEILIGE PERIODE

    Vier jaar na zijn lancering hadden al meer dan 250.000 exemplaren van de XJ6 een eigenaar gevonden. Jaguar had dan ook de middelen om het model de motor te geven die altijd voor hem was bedoeld: de 5.4 liter V12. Daarmee werd hij officieel de snelste productiewagen ter wereld, met een topsnelheid van 225 km/u. De oorspronkelijke XJ onderging een facelift in 1973 en 1979 en de V12-versie bleef verkrijgbaar tot 1992.

  • 1975 – EEN WAARDIGE OPVOLGER VOOR DE E-TYPE

    Als vervanger van de iconische E-Type erfde de XJ-S ontwikkeld door Malcolm Sayer Jaguars race-DNA, gecombineerd met een ongeëvenaard niveau van luxe en raffinement. Met zijn V12-motor legde hij de ruim 4.800 kilometer lange kust-naar-kustrace 'Cannonball Run' in de VS af in een verbluffende 32 uur en 51 minuten, een record dat vier jaar stand zou houden.

  • 1985 – EINDE VAN EEN TIJDPERK

    Sir William Lyons overleed in zijn woning in Leamington Spa, 50 jaar nadat hij de eerste Jaguar had onthuld en 13 jaar nadat hij het voorzitterschap van Jaguar had neergelegd.

  • 1988 – TERUGKEER NAAR HET PODIUM

    De XJR-9 met 7,0-litermotor bleek niet te stoppen in het Wereldkampioenschap voor Sportwagens en won zes van de elf races. Daarmee veroverde zowel de piloot als het team de trofee. Hij bracht Jaguar ook voor het eerst sinds 1957 terug op het podium van Le Mans.